Galapogos

Reizen door de Verenigde Staten en Canada

Tag: Athabasca Glacier

Jasper naar Banff

Het is weer tijd om ons tentje af te breken. We hebben hier in totaal drie nachten overnacht. Dat is toch wel lekker hoor: je hebt dan écht het gevoel dat het even je ‘thuis’ is geweest. Het gebeurt tijdens onze Amerika-reizen niet zo vaak dat we drie nachten achtereen op dezelfde plek verblijven: er is nou eenmaal zóveel te zien! En de afstanden zijn groot…

Onze tent bij de Athabasca River op Wapiti Campground

Onze tent bij de Athabasca River op Wapiti Campground

We rijden vandaag opnieuw over de Icefields Parkway, maar ditmaal in zuidelijke richting. Het is absoluut geen straf om deze prachtige weg twee keer te moeten rijden: je ziet toch altijd weer nieuwe dingen. Bovendien zien we de bergen en landschappen nu vanaf de andere kant, hetgeen soms voordelen biedt bij het maken van dé perfecte foto.

Beauty Creek & Stanley Falls

Nog binnen de parkgrenzen van Jasper National Park vind je de trail naar Stanley Falls, waarbij je langs de oever van de Beauty Creek loopt. Inderdaad, wederom een wandeling naast een kloof met een rivier! Deze relatief korte hike vormt voor ons een positieve verrassing. Het is er heerlijk rustig en het pad is op een natuurlijke manier aangelegd. Geen hekken op fotogenieke plekken dus.

Trail langs Beauty Creek

Trail langs Beauty Creek

We delen het pad met een groepje jongeren. Deze jongens maken er bij watervallen een sport van om stukken boomstam in het water te gooien, om vervolgens te zien wiens boomstam het verst afdrijft voordat ‘ie ergens blijft steken. De puber-versie van Poohsticks (bedenker: Winnie-the-Pooh) dus eigenlijk. Ik heb geen idee of dit allemaal is toegestaan binnen de regels van Parks Canada, maar er is nergens een ranger te bekennen om de jongens er in dat geval op aan te spreken.

Parker Ridge

We hervatten onze route over de Icefields Parkway en passeren opnieuw de Athabasca Glacier. Ook vandaag is het hier een drukte van jewelste: hele busladingen toeristen willen de gletsjer bekijken. Ofwel te voet, ofwel met de gletsjerbus van het Discovery Center.

Athabasca Glacier

Athabasca Glacier

Niet ver hiervandaan bevindt zich een wandelpad met uitzicht op een nog véél mooiere gletsjer. De Parker Ridge Trail leidt naar een hooggelegen plek waarvandaan je een onbelemmerd uitzicht hebt over de Saskatchewan Glacier. Net als de Athabasca Glacier maakt deze gletsjer onderdeel uit van het Columbia Icefield. Je moet er wel een klimmetje voor overhebben, want Parker Ridge ligt ongeveer 250 meter hoger dan de trailhead.

Uitzicht op Saskatchewan Glacier vanaf Parker Ridge

Uitzicht op Saskatchewan Glacier vanaf Parker Ridge

Omdat de Saskatchewan Glacier geen massatoerisme kent, bevalt hij me véél beter dan de Athabasca Glacier. Wat een rust en ongereptheid! We nemen uitgebreid de tijd om te genieten van het uitzicht. Omdat het hierboven behoorlijk waait, voelt het echter al snel wat frisjes aan. Onze fleecevesten komen nu dus goed van pas.

Saskatchewan Glacier

Saskatchewan Glacier

Tijdens de afdaling valt op dat veel medetoeristen de beklimming toch als pittiger ervaren dan wij dat hebben gedaan. Om de haverklap krijgen we de vraag: ‘Are we almost there yet?’ En: ‘Are the views worth the climb?’ Die laatste vraag kunnen we gelukkig beantwoorden met een volmondig ‘ja’! Wat een fijne wandeling was dit weer.

De weg terug

Na een lekker koud drankje uit eigen koelbox stappen we opnieuw in onze bolide. De rest van de Icefields Parkway stoppen we niet meer, behalve voor een foto hier en daar. Een paar dagen geleden hebben we dit deel van de weg immers al uitgebreid bekeken.

Linda bij Waterfohl Lakes

Linda bij Waterfohl Lakes

Onderweg worden we wederom beloond met een zwarte beer langs de kant van de weg. Helaas blijft hij redelijk verscholen tussen de bosjes zitten, dus geweldige foto’s levert het niet op.

Zwarte beer langs Icefields Parkway

Zwarte beer langs Icefields Parkway

Lake Louise Campground

De komende drie nachten zullen we slapen op een camping bij Lake Louise, in Banff National Park. Die camping zullen we als thuisbasis gebruiken voor de bezienswaardigheden in Banff National Park zelf en het nabijgelegen Yoho National Park. De meeste toeristen kiezen er echter voor om te verblijven in het dorp Banff, een half uur rijden hiervandaan. Of het dorp Canmore, nog een half uur verderop (buiten de parkgrenzen). Lake Louise zouden wij écht aan iedereen van harte willen aanbevelen: 1. het is hier vele malen rustiger dan in het hectische dorp Banff; 2. je zit ook nog eens lekker centraal, op steenworp afstand van o.a. Lake Louise, Moraine Lake en de meren in Yoho National Park.

Eekhoorntje bij onze tent op Lake Louise Campground

Eekhoorntje bij onze tent op Lake Louise Campground

Bovenstaande aanbeveling geldt vooral voor de kampeerders onder ons. Hotelkamers heb je hier ook wel, maar die beginnen zo’n beetje bij 300 euro per nacht. Dat zal voor de meeste reizigers iets te gortig zijn, zeker als je drie à vier weken op reis bent. De hotels in het dorp Banff zijn overigens ook niet bepaald goedkoop. Sowieso is Canada een relatief duur land: uit eten gaan en boodschappen doen zijn hier een stuk prijziger dan in de Verenigde Staten.

Beschermd door 7.000 volt

Lake Louise Campground bestaat uit twee delen: een afzonderlijk deel voor campers en een afzonderlijk deel voor tentkampeerders. Het deel voor tentkampeerders is geheel omsloten door een metershoog hek, dat dag en nacht onder stroom staat. De ligging van de camping maakt dat beren van nature geneigd zijn om door dit gebied te trekken. Omdat het daarbij in deze contreien vaak niet om de relatief onschuldige zwarte beer gaat, maar om de veel gevaarlijkere grizzlybeer*, leverde dat in het verleden soms gevaarlijke situaties op. Het elektrische hek moet de beren dus op afstand houden. Desondanks is het nog steeds verboden om eten en drinken in je tent te bewaren; dat dient veilig in de auto of in een bear box opgeborgen te worden.

Leuk weetje: halverwege de jaren 2000 heeft Parks Canada overwogen om een tien kilometer lang elektrisch hek om het hele dorp Lake Louise te bouwen, maar dat is niet doorgegaan. Het blijft dus van groot belang om bear spray bij je te dragen als je in deze contreien de deur uitgaat.

* Het ezelsbruggetje is niet voor niks: ‘Black: fight back, brown (grizzly): lay down.’ Zwarte beren laten zich over het algemeen afschrikken wanneer je jezelf zo breed mogelijk maakt en flink wat lawaai produceert. Mocht een zwarte beer toch te dichtbij komen, dan zou een fikse tik op de neus al voldoende kunnen zijn om de beer in kwestie te verjagen (overigens zal een moederbeer met jongen vast niet gemakkelijk af te schudden zijn). Bij een ontmoeting met een grizzlybeer is het juist zaak om stilletjes weg te lopen en geen oogcontact te maken. Komt het tot een aanval, dan doe je er goed aan om je op de grond als een balletje op te rollen, je nek te beschermen en je ‘dood’ te houden. Grote kans dat de grizzly dan zijn interesse in je verliest en afdruipt.

In Alaska kent het ezelsbruggetje overigens een iets andere vorm: ‘Black: fight back, brown: lay down, white: goodnight.’ Met andere woorden: kom je een ijsbeer tegen terwijl je geen vuurwapen hebt? R.I.P.

Lake Louise

Omdat de zon nog niet onder is, besluiten we alvast een kijkje te gaan nemen bij Lake Louise (het meer, niet het dorp). Het is nu niet druk, want alle dagjesmensen zijn al weg. Lake Louise is een mooi meer met een indrukwekkende bergwand met gletsjer als achtergrond, maar het lijkt hier tegelijkertijd wel een pretpark. Er is sprake van kanoverhuur, er staat een kolossaal hotel en de wandelpaden zijn breed en geasfalteerd.

Lake Louis met op de achtergrond Victoria Glacier

Lake Louise met op de achtergrond Victoria Glacier

Hoewel het dorp Lake Louise niet zo groot is, hoef je er niet te verhongeren. Je kunt er zelfs heel lekker eten. Deze eerste avond hebben we dat gedaan in het Timberwolf Pizza and and Pasta Café, één van de drie restaurants van de Lake Louise Inn. Erg lekker!

Overnachting: Lake Louise Campground ($ 31)
Afstand afgelegd: 235 km

Invermere naar Jasper

Er zit geen ontbijt inbegrepen bij onze overnachting, maar in het centrum van Invermere zit een vestiging van de Canadese keten Tim Hortons. Een soort van McDonald’s met de nadruk op ontbijt, koffie en donuts. Er worden ook croissants verkocht; we zijn ten slotte in Canada. Helaas blijken we ons plan om hier te ontbijten te delen met de rest van het dorp. Je houdt het niet voor mogelijk, maar om 8.00 uur ’s ochtends staan we toch echt (braaf) een half uur in de rij voor de ingang te wachten.

Kootenay National Park

Met enige vertraging rijden we Kootenay National Park binnen, op steenworp afstand van ons hotel van afgelopen nacht en Tim Hortons. Kootenay is één van vier nationale parken die hier in de Rocky Mountains tegen elkaar aan geplakt zijn. De andere parken zijn Yoho National Park, Banff National Park en Jasper National Park.

Kootenay Valley Viewpoint

Kootenay Valley Viewpoint

We rijden vandaag van Kootenay naar Jasper via Banff. Kootenay is de minst bekende van de vier, en is ook het park dat op het eerste gezicht het minste te bieden heeft. Er zijn relatief weinig stops langs de hoofdweg. Ongetwijfeld kun je hier prachtige wandelingen maken als je wat langer de tijd hebt.

Rookoverlast door bosbranden

Naarmate we het park verder inrijden, begint het meer en meer naar brand te ruiken. Niet alleen de geur wordt steeds penetranter, ook het zicht neemt steeds verder af. De lucht is grijs, de bomen lijken grijs en al snel oogt álles grijs. Voor de vorm stoppen we nog even bij de trailhead waar we een wandeling hadden willen maken. Maar na het openen van de portier van onze auto weten we genoeg: hier is geen plezier meer aan. Je zou bijna verdwalen in de rook. En erg gezond lijkt het ons ook niet om deze lucht in te ademen tijdens het wandelen.

Paint Pots

We rijden snel weer verder en gelukkig wordt de rookoverlast minder naar gelang we verder naar het noorden rijden. Bij de Paint Pots maken we een wandeling langs oranje- tot roestkleurige bronnen, waaruit de inheemse bevolking van oudsher oker-pigment won. De Paint Pots zijn bijzonder, maar een korte wandeling is eigenlijk al voldoende om een goede indruk te krijgen. Vooral de mooie vergezichten in de buurt van dit gebied maken een stop zeer de moeite waard.

Kootenay River bij Paint Pots

Kootenay River bij Paint Pots

Marble Canyon

Onze tweede wandeling maken we een klein stukje verderop, bij Marble Canyon. Hier loopt een snelstromende rivier door een steeds dieper wordende, smalle kloof.

Marble Canyon

Marble Canyon

Op sommige punten is de kloof wel veertig meter diep, en toch maar een paar meter breed. Via kleine bruggetjes kun je de kloof op een aantal plekken oversteken. Het is er vrij druk, maar het is dan ook een bijzondere plek. Een aanrader!

Marble Canyon

Marble Canyon

Continental Divide

Vanuit de Canadese provincie British Columbia rijden we nu de provincie Alberta binnen. Deze provinciegrens vormt tevens de scheidslijn tussen Kootenay National Park en Banff National Park. Tot slot loopt hier ook nog de Continental Divide (‘de continentale waterscheiding’), de denkbeeldige lijn die aangeeft richting welke oceaan een rivier/stroomgebied afwatert: de Stille Oceaan aan de westkant, versus de Atlantische Oceaan aan de oostkant. Logischerwijs volgt de Continental Divide grotendeels de bergkam van de Rocky Mountains in Canada en de Verenigde Staten. Eerder deze reis zijn we de Continental Divide al tegengekomen in Glacier National Park en Yellowstone National Park.

Grens tussen British Columbia en Alberta bij de Continental Divide

Grens tussen British Columbia en Alberta bij de Continental Divide

We passeren beroemde meren zoals Lake Louise en Moraine Lake, maar stoppen hier niet. De komende dagen zullen we namelijk eerst Jasper National Park bezoeken, in het noorden. Daarna zullen we terugrijden naar Banff National Park om daar onze reis af te sluiten.

Icefields Parkway

De parken Banff en Jasper zijn met elkaar verbonden via de wereldberoemde Icefields Parkway, een autoweg van 230 kilometer lang die dwars door de ongerepte natuur voert. Deze panoramaroute leidt ons langs wilde watervallen en rivieren, meren met de prachtigste turquoise kleuren, besneeuwde bergtoppen en indrukwekkende gletsjers. Onze fotocamera houden we uiteraard non-stop in de aanslag.

Icefields Parkway tussen Bow Lake en Peyto Lake

Icefields Parkway tussen Bow Lake en Peyto Lake

Nier ver van Bow Lake spotten we een zwarte beer langs de kant van de weg. Het is zeker niet de eerste beer die we deze reis zien, maar het blijft altijd weer even magisch!

Peyto Lake

Eén van de drukste plekken in de Rockies blijkt het uitzichtpunt over Peyto Lake te zijn. Dit meer heeft dan ook een wel heel bijzondere turquoise kleur. De kleur wordt veroorzaakt door bij erosie vrijgekomen rotspoeder, dat samen met het smeltwater van een nabijgelegen gletsjer richting het meer wordt meegevoerd.

Peyto Lake

Peyto Lake

Mistaya Canyon

Een klein stukje lopen vanaf een parkeerplaats aan de Icefields Parkway vind je de Mistaya Canyon. Deze omgeving doet wat denken aan de Marble Canyon, die we eerder vandaag in Kootenay National Park bezochten. De heldere rivier, aan weerszijden omsloten door eindeloze naaldbossen, is bijzonder fotogeniek. De bergtoppen met gletsjers in de verte maken het plaatje helemaal af.

Mistaya River bij Mistaya Canyon

Mistaya River bij Mistaya Canyon

Athabasca Glacier

Eén van de best bereikbare gletsjers in de Rockies is de Athabasca-gletsjer, onderdeel van het zogeheten Columbia Icefield. Je kunt met de auto bijna tot aan de uitlopers van deze gletsjer rijden. Daardoor is het de meest bezochte gletsjer van Noord-Amerika. Pal naast de gletsjer is een groot bezoekerscentrum gebouwd, waar je bijna over de hoofden kunt lopen. Dit is misschien wel het drukste gebouw dat we in de Verenigde Staten en Canada hebben gezien. In het restaurant blijkt de drukte gelukkig mee te vallen. We eten op het dakterras een hapje met uitzicht op de gletsjer. Vanaf hier is goed te zien dat de gletsjer zich door de jaren heen steeds verder van het bezoekerscentrum af beweegt: de ijskap smelt in rap tempo.

Athabasca Glacier

Athabasca Glacier

Voor de liefhebber vertrekken vanaf het bezoekerscentrum speciale bussen waarin je over de gletsjer vervoerd kunt worden. Het gaat om vrolijke rood-witte touringcars met de banden van een monstertruck; grappig om te zien. Wij kiezen echter voor de sportievere optie: via de Toe of the Athabasca Glacier Trail gaan we te voet richting de gletsjer. Vanaf een afstandje lijkt het ijs misschien niet zo dik, maar van dichtbij gaat het toch echt om een reusachtige laag!

Toe of the Athabasca Glacier Trail

Toe of the Athabasca Glacier Trail

Ode aan de koelbox

Als we weer terug zijn bij de auto, pakken we een lekker koude Pepsi Max uit de koelbox. Wat moet je hier aanvangen zonder zo’n ding? Het is dat ijsblokjes in Europa niet overal op grote schaal worden verkocht, anders zou ik thuis vast ook een koelbox aanschaffen. Zodra onze dorst gelest is, rijden we verder noordwaarts richting onze slaapplek voor de komende drie nachten: Wapiti Campground.

Icefields Parkway en Mount Chephren

Icefields Parkway en Mount Chephren

Wapiti Campground

Het fijne van de campings hier in de Canadese Rockies is dat ze allemaal gratis douchevoorzieningen hebben. Ik vind het heerlijk om na een dag wandelen nog even te douchen voordat ik de tent inkruip. Vanzelfsprekend maken we dus een avondstop bij het douchegebouw. Daarna slapen we heerlijk op ons aantrekkelijke kampeerplekje aan de Athabasca-rivier.

Overnachting: Wapiti Campground ($ 31)
Afstand afgelegd: 381 km

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén